Het meten van werkbeleving: Psychometrische kwaliteiten van de Groninger WerkbelevingsLijst

Samenvatting

Inleiding: Door verschillende ontwikkelingen die de afgelopen decennia op het gebied van arbeid en welzijn hebben plaatsgevonden en de grote maatschappelijke gevolgen van ziekteverzuim, is er sprake van een groeiende belangstelling voor werkbeleving en het meten hiervan. Werkbeleving is een ruim begrip en bestaat uit verschillende aspecten, waaronder kenmerken van arbeidsinhoud, arbeidsomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen. Vanwege de toename van sociaalwetenschappelijk onderzoek naar werkbeleving valt er ook een toename te signaleren, van het aantal meetinstrumenten om werkbeleving in kaart te brengen. Een nieuw meetinstrument is de Groninger WerkbelevingsLijst (GWL), die door middel van slechts 10 vragen de werkbeleving in kaart beoogt te brengen. Echter, de psychometrische kwaliteiten van dit nieuwe instrument zijn niet bekend. Het doel van dit onderzoek is het bepalen van de betrouwbaarheid en validiteit van de GWL.
Methode: De basis voor dit onderzoek vormt een door de afdeling Revalidatie van het Universitair Medische Centrum Groningen (UMCG) gebruikt pakket met verschillende vragenlijsten, waarmee aspecten van werkbeleving worden gemeten. Twee van deze vragenlijsten zijn de GWL en de Vragenlijst Beleving en Beoordeling van de Arbeid (VBBA). Van 2006 tot 2008 zijn deze vragenlijsten door de afdeling Revalidatie van het UMCG afgenomen bij gezonde, actieve werkende mensen. Dit heeft geleid tot een bestand van 702 respondenten van wie de gegevens zijn gebruikt voor dit onderzoek.
Voor het bepalen van de betrouwbaarheid zijn er factoranalyses en betrouwbaarheidsanalyses uitgevoerd. Aanvullend is er een Mokkenschaalanalyse uitgevoerd. De convergente validiteit is bepaald door de GWL te correleren aan de VBBA. Het discriminerend vermogen van de GWL is bepaald door onderscheid te maken tussen verschillende functiegroepen.
Conclusie: De interne consistentie van de GWL is gezien het geringe aantal items van het instrument redelijk. De factoranalyse resulteerde in een 3-factoroplossing, hetgeen aansluit bij de INTERMED-methode, waarop de GWL is gebaseerd. De items van de GWL correleren op itemniveau matig met items en dimensies van de VBBA. De dimensies van de GWL correleren echter redelijk goed met de dimensies van de VBBA, hetgeen een aanwijzing is voor een bevredigende convergente validiteit. De GWL beschikt over een voldoende discriminerend vermogen, gezien het feit dat de GWL in staat is gebleken onderscheid te maken tussen mensen die psychisch (zwaar) werk doen en mensen die fysiek (zwaar) werk doen.

This entry was posted in Uncategorized and tagged . Bookmark the permalink.