Als je hoofd je tegenwerkt. Een onderzoek naar de determinanten van de effectiviteit van het behandelprogramma van de Bonifatius Hoofdpijnkliniek.

Samenvatting
Achtergrond: Hoofdpijn is een veelvoorkomende aandoening die in verschijningsvormen zoals migraine, spannings-hoofdpijn en clusterhoofdpijn een grote negatieve invloed kan hebben op de kwaliteit van leven (KvL) van patiënten. De Bonifatius Hoofdpijnkliniek te Dokkum heeft met haar multi-disciplinaire aanpak al veel langdurige c.q. ernstige hoofdpijn-patiënten naar tevredenheid behandeld en in dit onderzoek worden de effectiviteit en mogelijke determinanten daarvan nader bekeken. De probleemstelling is als volgt: Hoe effectief is de behandeling van de Bonifatius Hoofdpijnkliniek te Dokkum en wat zijn de determinanten van deze effectiviteit? Effectiviteit is gemeten door verschillen in mate van hoofdpijn, invloed van de hoofdpijn op het dagelijks functioneren, KvL, en medicijngebruik voor en na de behandeling te vergelijken. Vervolgens is met variabelen uit de Theorie van Gepland Gedrag en de Sociale Leertheorie getracht deze veranderingen te verklaren.
Methoden: Er is een vragenlijst verspreid onder 476 patiënten van de BHK die uitbehandeld of onder behandeling waren en daar kwamen 204 bruikbare vragenlijsten uit voort (respons 55.5%), die informatie verschaften over type hoofdpijn, mate van hoofdpijn, invloed op het leven (Headache Impact Test), KvL (rapportcijfer), medicijngebruik, sociale steun (SSL-D), self-efficacy (Headache Management Self-Efficacy Scale), acceptatie (Ziekte Cognitie Lijst), therapietrouw, depressie en angst (HADS) en demografische variabelen. Deze steekproef bevatte 158 vrouwen en 44 mannen.
Resultaten: De behandeling is bij bijna alle typen patiënten effectief. De mate van hoofdpijn daalde van 12.6 naar 9.6 op een schaal van 3 tot 15 (p<0.001), de invloed van de hoofdpijn op het dagelijks functioneren daalde van 66.4 naar 59.7 op een schaal van 36 tot 78 (p<0.001) en de KvL is gestegen van een onvoldoende (5.2) naar een voldoende (6.6) (p<0.001). Verder gebruikte 66.3% van de mensen voor de behandeling twee keer per week of vaker medicatie en dit percentage daalde significant naar 31.8% na de behandeling (p<0.001). De percentages mensen die verbeterden op deze vier variabelen zijn 70.3% voor de mate van hoofdpijn, 66.5% voor de invloed van de hoofdpijn op het dagelijks functioneren, 61.4% voor KvL en 38.3% voor medicijngebruik. Bij medicijngebruik was de groep mensen die gelijk bleef erg groot (57.7%), maar het aandeel mensen dat verslechterde was vergelijkbaar met de andere variabelen (4%). Depressieve mensen hebben een kleinere kans op verbetering in de mate van hoofdpijn, invloed van de hoofdpijn en KvL dan niet-depressieve mensen. Er zijn geen significante effecten gevonden van therapietrouw op de vier afhankelijke variabelen. Wel hebben mensen die opgenomen zijn geweest wegens medicijnafhankelijkheid, een ongeveer vier keer zo grote kans op verbetering in de mate van hoofdpijn, invloed van de hoofdpijn en KvL dan mensen die niet opgenomen zijn geweest (allen p<0.01). Ook hebben depressieve mensen een significant kleinere kans dan mensen die minder depressief zijn op verbetering in de mate van hoofdpijn, invloed van de hoofdpijn, KvL en medicijngebruik. Er zijn geen significante effecten gevonden van sociale steun, self-efficacy en acceptatie op therapietrouw. Wel hebben angstige mensen een kleinere kans om therapietrouw te zijn (OR=0.848, p<0.001). Er zijn significante effecten gevonden van self-efficacy en acceptatie op de invloed van hoofdpijn op het dagelijks leven (OR=1.029, p<0.001 resp. OR=1.121, p<0.05). Verder zorgt vermindering van de mate van hoofdpijn voor minder invloed van de hoofdpijn (OR=33.240, p<0.001) en een hogere KvL (OR=27.5, p<0.001). Ook vermindering van medicijngebruik zorgt voor een grotere kans op verkleining van de invloed van de hoofdpijn (OR=3.429, p<0.01) en op een hogere KvL (OR=3.769, p<0.01). Tot slot wordt het effect van de verbetering in de mate van hoofdpijn op de invloed van de hoofdpijn op het dagelijks leven minder sterk naarmate mensen hoger scoren op self-efficacy. Conclusies: De behandeling is bij de meeste patiënten effectief, maar in mindere mate voor depressieve patiënten. Depressie is daarom een vorm van comorbiditeit waarop goed gescreend zou kunnen worden en die accurate behandeling vraagt, niet alleen voor het verbeteren van de kwaliteit van leven van de patiënt maar ook voor het creëren van een situatie waarin de hoofdpijnbehandeling optimaal aanslaat. Het bevorderen van self-efficacy en klachtenacceptatie kan eveneens zorgen voor een kleinere invloed van de hoofdpijn op het dagelijks functioneren. Het verminderen van de mate van hoofdpijn en het medicijngebruik, met name bij de groep die wegens medicijnafhankelijkheid moet worden opgenomen, kan eveneens de invloed van de hoofdpijn op het dagelijks functioneren verkleinen en de KvL verhogen.

This entry was posted in Uncategorized and tagged . Bookmark the permalink.